De stille verwijdering: Over omgaan met pubers

Een schets van een kleine, alledaagse ruzie tussen moeder en zoon.

Door: Thessa van Hout

Dit artikel schreef ik naar aanleiding van een coachingsgesprek dat ik onlangs had met een moeder van een 14-jarige puber. Het gesprek was vooral gericht op het thema ‘omgaan met pubers’, en niet direct op een specifiek probleem. De situatie geeft in mijn ogen heel goed weer hoe relaties tussen ouder en kind kunnen veranderen tijdens de pubertijd, en waarom het belangrijk is opmerkzaam te blijven.

Zondagavond, 22:00

Zoon was de avond daarvoor uit geweest, had alcohol gedronken en was zichtbaar moe. Wanneer de moeder – die zelf een tv programma kijkt – aangeeft dat hij zo naar bed moet gaan, mompelt hij één van zijn standaardantwoorden: ‘Ja, zo. Even dit afkijken.’

Tien minuten later is er weinig veranderd: zoon kijkt nog steeds naar zijn scherm en lijkt weinig aanstalten te maken om naar bed te gaan.

Moeder, inmiddels licht geïrriteerd, bijt hem een ‘Stop nu eens, en ga slapen’ toe.

Zoon reageert als een reactief stiertje. Hij verweert zich met verheven stem: ‘Ik zei toch: ik ga zo! Laat me met rust en ga door met het kijken van je domme programma.’

Moeders lichte irritatie gaat over in verontwaardiging. Ze roept: ‘Zo’n toon sla je niet tegen mij aan! Wat je denk je wel, sukkel!’

Zoon staat op en loopt naar zijn slaapkamer. Ze praten niet meer en een uur later slapen ze allebei. Ook de volgende dag(en) komt het niet meer ter sprake.

Even inzoomen

Een klein, alledaags voorval, waar veel ouders van pubers waarschijnlijk wel iets in herkennen. Ook het niet meer samen stilstaan bij dit voorval zal voor velen als enigszins ongewenst doch vrij normaal worden gezien.

Toch denk ik dat het belangrijk is in te zoomen op deze situatie en te kijken naar beide perspectieven.

Wanneer ik bij de moeder doorvraag, geeft ze aan dat ze het idee heeft dat er iets speelt op liefdesgebied bij haar zoon. Ze kon er niet de vinger op leggen wat er gebeurd was, maar het leek erop dat het iets pijnlijks was. Hij was de hele dag emotioneel afwezig en reageerde met gesloten, korte antwoorden op zo’n beetje alles.

De Hersenstichting schrijft het volgende over de verwerking van emoties bij pubers:

De ontwikkeling van de hersenen loopt door tot tenminste het 25e levensjaar. Tijdens de puberteit zijn de hersenen dus nog volop in ontwikkeling.  Dit gaat niet overal even snel. De hersengebieden die belangrijk zijn voor het omgaan met emoties zijn eerder ontwikkeld dan de gebieden die met denken te maken hebben (rationele hersengebieden). Deze denkgebieden zorgen voor dingen zoals plannen, maar ook het controleren van gedrag. Daarnaast worden de emotionele hersengebieden bij pubers extra geprikkeld door hormonen. Door deze veranderingen zijn puberhersenen tijdelijk niet in balans. Bij pubers wint de emotie het daarom vaak van het verstand (de ratio).” [1]

Rol van de moeder

Nu het perspectief van de moeder. Ze was moe, overprikkeld, geïrriteerd en ervaarde in algemene zin controleverlies. Haar zoon had, volgens haar, rust nodig. Ook zelf snakte ze naar een lege kamer zonder externe prikkels.

Misschien denk je nu: ‘Prima, maar wat is nu precies het probleem?’

In een ideaal scenario had de moeder tactischer kunnen reageren op haar zoon. Ze voelde al aan dat hij ergens mee zat en dat zelfs iets kleins hem uit balans kon brengen. Verwachten dat hij zijn emoties zou reguleren, zou niet realistisch zijn.

In plaats van het overzicht te behouden, ging ze mee in zijn gemor en gescheld.

Beiden voelden zich gekwetst en afgewezen, en beiden namen een klein beetje afstand van elkaar.

Vertrouwen in de relatie

Op een bepaald niveau wordt die afstand niet altijd beslecht. Gebeurtenissen als deze kunnen er bijvoorbeeld bij de puber voor zorgen dat er, al dan niet bewust, een  conclusie(tje wordt getrokken in de trant van: ‘Mijn moeder begrijpt me niet’. Ja, dat is zwartwit, maar dat is precies hoe het puberbrein kan werken.

Het resultaat van zo’n avond kan zijn dat er een ieniemienie klein beetje afstand wordt genomen van de ouder. Gebeurt dat vaak, bijvoorbeeld door het ontstaan van typische communicatiepatronen tussen ouder en puber(s), dan wordt die afstand op organische wijze steeds iets groter.

Mag de moeder dan geen normaal mens zijn die soms uit de bocht vliegt? Natuurlijk wel. Maar het loont om dit soort situaties bewust te blijven meemaken en, indien nodig, te analyseren.

Hierdoor kun je in contact blijven met elkaar en verklein je de kans op een stille verwijdering. Het is normaal en gezond dat ouders en pubers een andere relatie krijgen tijdens de puberteit, maar het onderlinge vertrouwen hoeft hier niet onder te lijden.

In een volgende blog rondom het thema ‘omgaan met pubers’ ga ik verder in op de vraag hoe je dit kunt aanpakken.

Bronnen:

[1] Hersenstichting (z.d.). Puberhersenen. Link: https://www.hersenstichting.nl/de-hersenen/ontwikkeling-van-de-hersenen/puberhersenen

Leave A Comment